Met belangstelling las ik het artikel van Ottenheym in Socialevraagstukken.nl, met als boodschap: ‘Passend onderwijs vraagt meer oog voor beleving van ouders en kinderen’. Wat een verademing is deze korte veelzeggende tekst: overstijgend en vooruitkijkend. Ottenheym schrijft op een toegankelijke wijze waarmee beleidsmakers goed uit de voeten kunnen en niet-ingeleidenen een idee krijgen dat ze het snappen.

Tegelijkertijd past het stuk ook binnen een traditie van onderwijs- en zorg problematieken, waarin – naast veel creativiteit en ‘momentwaarde’ – vaak de essenties net niet worden benoemd, de inhoud onvoldoende is geanalyseerd. Men kan na het lezen met gerust hart doorgaan zoals men gewend is.
Het thema thuiszitten is complex, er zijn meestal veel professionals bij betrokken, en belangenverschillen krijgen onvoldoende explicite aandacht. Als professional daaraan werken vraagt niet alleen een hoog kennisniveau van eigen vakgebied, maar vooral vraagt om – zoals ik in de praktijk zie – aanvullend interprofessionele kennis en vaardigheden. De uitdaging ligt er om dát op te schrijven. 

Daarom enkele verdiepende elementen en vragen waar ik aandacht voor vraag. Dat zijn, o.a. reagerend op wat Ottenheym aankaart:

  1. De expeditiefase: Ik zie nog niet dat we in een expeditiefase zitten, maar doe een pleidooi om die fase wel in te gaan!
  2. De oplossing(srichtingen): Maatwerk wordt veelvuldig als oplossingsrichting genoemd. Maar er is veel meer onder die noemer te scharen.
  3. Doorzettingsmacht: is voorbeeld van springen naar oplossingen dat past binnen een politieke belangensfeer. Kunnen we daar een alternatief voor bedenken?
  4. Beleving als indicator: Van beleving een meetindicator maken zal moeilijk leiden tot gewenste ontwikkeling. Dit komt doordat beleving moeilijk is te operationaliseren: het gaat daarmee om schijnduidelijkheid. Het alternatief: betrek ouders en hun thuiszittende kinderen en luister naar hun inhoudelijke inbreng.
  5. Value-based veranderen, -ontwikkelen: Zonder visie op veranderen, wordt het waarmaken van wenselijkheden een toevalligheid.

1. Expeditiefase
In tegenstelling tot Ottenheym, ben ik van mening dat de expeditie fase nu pas van start moet gaan. Dat doe ik o.a. op basis van Paul Kloosterboer’s (2011) benadering waarin richtingsbepaling en het uiteindelijke expeditie doel vaststellen tot stand komt na afstemming met alle betrokkenen. Een intensief traject van betrekken van een zo door Kloosterboer genoemd ‘expeditie team’ dient te leiden tot de hoogst wenselijke, haalbare en houdbare overeenstemming. Dan gaat het niet meer om oneliners (bijvoorbeeld ‘in het belang van het kind’) maar om inhoudelijke verwoordingen waartoe- (functie), op welke wijze- (vorm) en met welke inhoudelijkheid (wat houdt ‘passend’ in?) beleid, casussen en ondersteunende processen gevoed en uitgevoerd worden.
Het niet structureel betrekken van ouders van kinderen is ondertussen onderkend als heilloze weg door partijen in het thuiszitterspact. Astrid Otthenym doet het voorstel voor een regionale structuur. De vraag is ‘hoe’ ouders in (eventuele) regionale expeditie teams duurzaam kunnen participeren. Ouders van thuiszitters die ervaringsdeskundig zijn geworden hebben hun individuele casus kunnen afsluiten en overstijgen: zij worden niet meer door de actualiteit in hun casus beziggehouden, maar kunnen terugkijken op een proces waarin zij veelal reactief moesten handelen. Ouders die aan het begin van een thuiszitcasus worden geconfronteerd (kind valt uit) voelen zich vaak zoekende in een woestijn waarin zij al heel snel belaagd voelen door interventies, wetten, protocollen, meningen, overleggen diverse professionals (soms tientallen). Zij voelen zich vaak ook niet veilig en gehoord. Het zal daarom een hele kluif zijn om ouders te betrekken, zo heeft ook OCO (Onderwijs Consumenten Organisatie) in het verleden ervaren. De uitdaging ligt om methodische verlokkingen te organiseren zodat veel meer ouders proactief en bijdragend reactief gaan. Dat is nog niet zo snel gedaan als gezegd!

2. Oplossingsrichtingen
Oplossingsrichtingen en oplossingen hebben verschillende betekenissen. Wie zich slechts concentreert op oplossingen, creëert nieuwe problemen, aangezien die altijd situatief en concreet zijn, terwijl contexten, actoren en factoren continue veranderen (bijvoorbeeld een maatwerkoplossing voor een kind met een doorlooptijd van een maand). Met een oplossingsrichting wordt er een heuristiek van waarden, kwaliteiten en affordances opgebouwd, die richtinggevend zijn en als context functioneren voor het handelen van betrokkenen. Waarden als kanssturing (i.t.t. probleemsturing), dialogische besluit- en handelingsmotieven i.p.v. belangenstrijd. ‘We zijn gelijkwaardig, we zijn samen verantwoordelijk, en we voelen ons verantwoordelijk voor elkaar’ zijn leidende kernwaarden voor oplossingsrichtingen. Daarmee wordt een enkel perspectief overstegen en is men open om de inbreng van de ander te betrekken. Een andere kernwaarde is dat handelingsverlegenheid van een individu, groep, organisatie, of stelsel niet wordt geaccepteerd, noch door professionals noch door ouders van thuiszitters. Dit vraagt tegelijkertijd om vergroten van de handelingsbekwaamheid: de empowerment van ouders en professionalisering van professionals. Kwaliteiten als: kennis van het werk van de ander (cross-bordering; zie ook Snoek, 2013), het kunnen leveren van toegevoegde waarde aan een geheel waar je deel van uitmaakt, en ethische verantwoordelijkheid nemen en daarover verantwoording afleggen: hoe en met welk resultaat hebben we dit kind verder geholpen? Leiderschap vertonen waarin ‘verbonden autonomie’ (Snoek, 2013) bijdrage levert aan sturing binnen het (kleine) collectief.
Enkele concrete methodische voorstellen liggen in de lijn van het opzetten van Communities of Inclusive Practice (ACT!; 2017), het toepassen van het kijken naar casussen zoals we ook observeren bij een instrument als ‘de Omgekeerde toets’ (Stimulansz, 2017), het gebruik maken van inhoudelijke (onderwijs/zorg-) afstemmingsinstrumenten, zoals het POC, Passend Onderwijs Constructie-model (ACT!, 2016), het Krachtplan als middel tot krachtige analyse, krachtig commitment, besliskracht en krachtig uitvoeren (allen op adviescentrumthuiszitters.nl). Dit zijn instrumenten die respectievelijk gemeenschap vormen, de essentie van de wetgeving leidend laat zijn, consistente onderwijsdesign afwegingen bieden t.b.v. een (tijdelijk) maatwerktraject voor een kind, en ouders mogelijkheid tot beïnvloeding geeft.

3. Doorzettingsmacht
Doorzettingsmacht is een voorbeeld van met politiek geïnspireerd handelen dat geen soelaas gaat bieden. Wie zou die macht moeten krijgen en met welk mandaat? En wat is te verwachten indien de genomen beslissing niet tot feitelijk be