Inleiding

Onderstaande tekst komt van de website van Vernieuwend Leren en is samengesteld door Arja Kerpel. We hebben vanwege de vormgeving de tekst overgenomen, maar aan de inhoud niets veranderd.

Leerlingen worden voor de gek gehouden wanneer zij leskrijgen op scholen van leraren die bepaalde ideeën hanteren die niet waar zijn, waarvoor er geen wetenschappelijk bewijs is geleverd, of gewoon omdat het verzinsels zijn. Leerlingen (en hun ouders) mogen eisen dat deze scholen en hun leraren zich verbeteren. Het gebruik maken van dergelijk mythes staat het effectief leren van leerlingen in de weg en doet het niveau van de leerlingen dalen. Wil je meer over onderwijsmythes lezen, koop dan het boek van Pedro de Bruykere, Paul Kirschner en Casper Hulshof. Klik op het plaatje!

Onderwijsmythes

1.Mensen hebben verschillende leerstijlen

Er bestaan heel wat verschillende leerstijlindelingen: Je hebt beelddenkers en mensen die meer verbaal denken. Doeners, dromers, denkers en beslissers. Mensen die auditief of kinesthetisch leren. Steevast is de redenering dat als we ons onderwijs zouden aanpassen aan de leerstijl van mensen, dat ze wellicht beter zullen leren. Er is wel een klein probleempje… Het is een hardnekkige mythe. Je lessen aanpassen aan leerstijlen van je leerlingen? Nauwelijks wetenschappelijke evidentie voor de verschillende indelingen, geen bewijs voor meerwaarde in de klas. 

2.Als je alles kunt opzoeken, is kennis onbelangrijk

We hebben juist méér kennis nodig voor de vaardigheden die we nodig hebben in deze kennismaatschappij. De 21ste eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken en creativiteit zijn sterk gekoppeld aan een degelijke kennisbasis.

3.Leren door zelf te ontdekken, is beter dan uitleg krijgen

Je hebt absolute voorstanders van zelfontdekkend leren, en je hebt onderzoekers die het een mythe noemen. Beiden hebben gelijk. Puur zelfontdekkend leren werkt niet, maar met de juist ondersteuning kan deze vorm van leren effectief zijn.

4.Jongens zijn van nature beter in wiskunde dan meisjes

Meisjes zijn niet minder goed in wiskunde; zo simpel is het.

5.In onderwijs moet je met meer soorten intelligenties rekening houden

Meervoudige intelligenties: overal kom je deze indeling van Gardner tegen. Pinterest staat er vol mee. Er is in ieder geval één persoon die vindt dat deze theorie in het onderwijs te vaak verkeerd ingeschat wordt, en dat is… Howard Gardner zelf. In Jongens zijn slimmer dan meisjes citeren de auteurs meerdere delen uit een interview met Gardner. De auteurs zelf noemen de meervoudige intelligenties eerder een filosofie dan een bewezen theorie. Niet meteen een mythe dus, maar het zou een mythe kunnen worden als je hem te serieus neemt.Goed om te beseffen: deze wetenschap ontslaat je als leerkracht niet om op zoek te gaan naar en aanspraak te maken op de verschillende talenten van je leerlingen. Het betekent wel dat het geen intelligenties zijn, en dat de talenten mogelijk op andere lijnen liggen dan die Gardner noemde.

6.De linkerhersenhelft is analytisch, de rechter creatief

Om er kort over te zijn: voor creativiteit heb je juist goede connecties nodig tussen je beide hersenhelften.

7.Nieuwe technologie veroorzaakt een revolutie in het onderwijs

Het medium beïnvloedt zelden het lesgeven, laat staan dat één medium voor alle situaties het beste zou zijn. Uit recent onderzoek blijkt wel dat blended learning betere resultaten kan opleveren dan lessen zonder technologie.

8.Een kleinere klas is beter

De kwaliteit van de leerkrachten lijkt belangrijker dan de klassengrootte, maar kleinere klassen in de jongste jaren lijken echt beter. 

9.Jongens hebben er baat bij als ze vaker les krijgen van een man

Er is nauwelijks bewijs dat jongens het beter of slechter doen bij mannelijke of vrouwelijke leerkrachten. Let op: dit gaat over het cognitieve gebied. Er zijn wel andere verschillen merkbaar.

10.Zittenblijven heeft een positief effect op leren

Zittenblijven lijkt in eerste instantie te helpen, maar in het algemeen heeft het al gauw een negatief effect. Slechts bij uitzondering te gebruiken.