CIMO staat voor Context, Interventie, Mechanismen, Outcome. Dit model wordt veelal gebruikt voor ontwerpprocessen voor nieuwe praktijken op meso-niveau (organisaties), bijvoorbeeld bij het ontwerp van een nieuwe (beroeps)opleiding.

CIMO is echter ook te gebruiken op micro-niveau: in interviews en kwalitatief onderzoek waarin interventies worden onderzocht voordat ze worden toegepast. In casuïstiek (bij thuiszitten) wordt niet zelden ‘gejumped to solutions’. Werkdruk, protocollen ed. kunnen daaraan ten grondslag liggen. Maar het kind en hun ouders mogen een zorgvuldiger kwaliteit verwachten. In dat kader is het gemeenschappelijke onderzoek omtrent interventies die ten behoeve van de ontwikkeling van het kind te richten op de mechanismen die met de interventie worden uitgelokt.

Het benoemen van bedoelde mechanismen en het anticiperen op ook onbedoelde mechanismen (positief – negatief), brengt een welkome verdieping op de samenstelling van en keuze voor een te ontwerpen interventie. De beoogde outcome van een interventie wordt daarmee gemedieerd door de benoemde mechanismen.

Hieronder wordt in een model bovenstaande gevisualiseerd.

T.b.v. website ACT!
CIMO-model